Trekhaakdrager monteren: stap voor stap
Het monteren van een trekhaakdrager is de eenvoudigste van de drie typen. Gemiddeld ben je in 5 tot 10 minuten klaar. Hieronder de stappen:
Voorbereiding
- Controleer je trekhaak. Verwijder de beschermkap van de trekhaakkogel. Controleer of de kogel schoon en vrij van roest is.
- Check de stekkeraansluiting. Verwijder eventueel vuil of vocht uit de 13-polige (of 7-polige) stekkeraansluiting. Een vuile stekker kan leiden tot slecht werkende verlichting.
- Zet de auto op de handrem en parkeer op een vlak oppervlak.
Montage
- Open het koppelingsstuk van de fietsendrager. Bij de meeste modellen draai je een hendel of knop los.
- Schuif de koppeling over de trekhaakkogel. De koppeling moet volledig over de kogel glijden totdat hij contact maakt met de kogelhals.
- Vergrendel de koppeling. Draai de hendel of knop vast totdat je weerstand voelt en het vergrendelindicatorlampje (indien aanwezig) op groen staat.
- Test de vergrendeling. Probeer de drager op en neer te bewegen. Er mag geen speling zijn. Als de drager wriggelt, is de koppeling niet goed vastgedraaid.
- Sluit de stekker aan. Steek de 13-polige stekker in de contactdoos van je auto.
- Test de verlichting. Laat iemand achter de auto staan terwijl jij de achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers en achteruitrijlicht test.
Fietsen plaatsen
- Klap de dragerarmen uit als deze zijn ingeklapt.
- Til de eerste fiets op de drager. Plaats de wielen in de wielgoten.
- Bevestig de frameklem rondom het frame van de fiets. Draai de klem stevig aan maar niet te strak (voorkom beschadiging van de lak).
- Span de wielbandfixeringen aan zodat de wielen niet kunnen draaien.
- Herhaal voor de tweede (en eventueel derde/vierde) fiets.
- Vergrendel de fietssloten op de drager.
- Controleer alles. Schud voorzichtig aan elke fiets. Niets mag bewegen of rammelen.
Dakdrager monteren: stap voor stap
Het monteren van een dakdrager voor fietsen bestaat uit twee fases: eerst het basisdragersysteem op het dak, daarna de fietsklem(men) erop.
Fase 1: basisdakdrager
- Controleer of je auto dakrails heeft. Dit zijn de langwerpige rails op het dak van je auto. Zonder dakrails heb je een specifiek montagesysteem nodig voor jouw automodel.
- Monteer de dwarsdragers op de dakrails. Volg de instructies van de fabrikant. Zorg dat de dwarsdragers stevig vastzitten en niet kunnen verschuiven.
- Controleer de afstand tussen de dwarsdragers. De fietsklem moet op een van de dwarsdragers passen.
Fase 2: fietsklem op dakdrager
- Monteer de fietsklem (zoals de Thule ProRide 598) op een van de dwarsdragers. De klem klikt of schroeft vast op de drager.
- Til de fiets op het dak. Dit is het lastigste deel. Pak de fiets bij het zadel en het stuur. Til hem hoog genoeg om het voorwiel in de wielgoot te plaatsen.
- Klem het frame vast met de bovenste klem van de fietsgoot.
- Bevestig het voorwiel met de wielhouder.
- Vergrendel de klem met het bijgeleverde slot.
Achterklepdrager monteren: stap voor stap
Een achterklepdrager hangt aan de achterklep van je auto. De montage duurt circa 10 minuten.
- Open de achterklep van je auto.
- Haak de bovenhaken van de drager over de bovenkant van de achterklep. Zorg dat de beschermrubbers goed contact maken met de lak.
- Bevestig de onderbanden. Trek de riemen of banden strak rondom de onderkant van de achterklep of bumper.
- Span alle banden aan. De drager moet stevig zitten zonder te wiebelen. Als er speling is, trek de banden strakker aan.
- Sluit de achterklep. Controleer of de klep goed dicht kan met de drager erop.
- Hang de fietsen op de dragerarmen. De bovenbuis (of het frame) van de fiets rust op de armen.
- Bevestig de fietsen met de bijgeleverde banden of klemmen.
Onderhoud: je fietsendrager langer laten meegaan
Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van je fietsendrager aanzienlijk. Een goed onderhouden drager gaat 10 tot 15 jaar mee. Zonder onderhoud kan dat halveren.
Na elk gebruik
- Schoonmaken – spoel de drager af met schoon water om wegzout, insecten en vuil te verwijderen. Vooral het koppelingsmechanisme en de wielgoten.
- Drogen – laat de drager drogen voordat je hem opbergt. Vocht is de grootste vijand van metalen onderdelen.
- Controleer op schade – bekijk de frameklemmen, wielbandfixeringen en het koppelingsstuk op slijtage of beschadiging.
Elk seizoen (voor het eerste gebruik)
- Smeer bewegende delen – gebruik een lichte olie of siliconenspray op scharnieren, vergrendelingsmechanismen en de koppeling. Geen vet gebruiken, dat trekt vuil aan.
- Controleer de verlichting – test alle lampjes (achter, rem, richting) met de stekker in de auto. Vervang doorgebrande lampjes direct.
- Controleer de stekker – kijk of de contactpinnen schoon zijn. Gebruik eventueel contactspray bij oxydatie.
- Controleer de kentekenplaathouder – zit de kentekenplaat nog stevig? Zijn de lampjes nog heel?
- Test het vergrendelingsmechanisme – het slot moet soepel draaien en stevig vastklikken.
Jaarlijks
- Inspecteer op roest – controleer alle metalen onderdelen, vooral lassen, bouten en de onderkant van het platform. Lichte roest kun je verwijderen met een roestomvormer en vervolgens behandelen met antiroest.
- Controleer de rubbers – de beschermrubbers op het koppelingsmechanisme en de wielgoten slijten na verloop van tijd. Vervang ze als ze gescheurd of verhard zijn.
- Draai alle bouten na – bouten kunnen losraken door trillingen. Controleer en draai ze na met het juiste gereedschap.
Winteropslag: bescherm je drager
De meeste mensen gebruiken hun fietsendrager alleen in het voorjaar en de zomer. Een goede winteropslag beschermt de drager tegen corrosie.
- Maak de drager grondig schoon. Verwijder al het wegzout (zeer corrosief), vuil en insectenresten.
- Droog de drager volledig. Laat hem een dag drogen op een droge plek.
- Smeer alle bewegende delen met siliconenspray of lichte olie.
- Bewaar de drager op een droge plek. Een garage of schuur is ideaal. Vermijd vochtige kelders.
- Bewaar de drager bij voorkeur horizontaal of hangend aan de muur. Niet rechtop neerzetten; dat belast het koppelingsmechanisme ongelijkmatig.
- Gebruik een beschermhoes (optioneel). Sommige merken verkopen passende hoezen die stof en vocht buiten houden.
Wanneer moet je je fietsendrager vervangen?
Een fietsendrager gaat niet eeuwig mee. Vervang je drager als je een van deze problemen signaleert:
- Ernstige roest op dragende delen – oppervlakkige roest is cosmetisch, maar roest op lassen, bouten of het koppelingsstuk tast de structurele integriteit aan.
- Het koppelingsmechanisme klemt of sluit niet goed – als je de koppeling niet meer stevig kunt vastdraaien, is er slijtage aan het mechanisme.
- Gebroken of gescheurde frameklemmen – een gebroken klem kan de fiets niet meer vasthouden.
- Vervormd platform of dragerarmen – als de drager zichtbaar krom of verbogen is (door overbelasting of een ongeluk), is hij niet meer veilig.
- Wielgoten versleten – gladde wielgoten bieden onvoldoende grip op de fietsbanden.
- Verlichting werkt niet meer ondanks nieuwe lampjes – dit wijst op interne bedrading problemen.
Veelgemaakte fouten bij montage
Voorkom deze veelvoorkomende fouten:
- Koppeling niet goed vastgedraaid – de meest voorkomende fout. De drager lijkt vast te zitten maar heeft speling. Altijd testen door eraan te schudden.
- Verlichting niet getest – rijd nooit weg zonder de verlichting getest te hebben. Een boete voor ontbrekende verlichting is 140,- en bij een ongeluk ben je aansprakelijk.
- Fietsen niet vastgezet met klemmen – alleen in de wielgoten plaatsen is niet genoeg. Gebruik altijd de frameklemmen en wielbandfixeringen.
- Stuur niet recht gezet – een scheef stuur zorgt ervoor dat de fiets schuin hangt en tegen de andere fiets of de auto kan tikken.
- Pedalen niet gedraaid – draai de pedalen zo dat ze niet tegen de andere fiets of de auto steken. Bij sommige fietsen kun je de pedalen inklappen.
- Spiegels niet bijgesteld – met een fietsendrager verandert je achterzicht. Stel je spiegels bij zodat je de fietsen en het verkeer achter je kunt zien.
Schoonmaken: zo doe je dat goed
Een schone fietsendrager gaat langer mee en werkt beter. Zo pak je het aan:
- Spoel af met lauwwarm water. Geen hogedrukreiniger gebruiken; dat kan rubbers en afdichtingen beschadigen.
- Gebruik een zachte borstel voor hardnekkig vuil in wielgoten en koppeling.
- Gebruik mild afwasmiddel voor vettige vlekken. Geen agressieve schoonmaakmiddelen, azijn of bleek.
- Spoel goed na met schoon water.
- Droog af met een doek of laat drogen in de zon.
- Smeer bewegende delen met siliconenspray na het drogen.